Voorbeelden uit de praktijk

Mevr. B. is een 86 jarige weduwe die lijdt aan dementie en die, naast de zorg die zij van haar kinderen krijgt, 4 uur per dag ondersteuning krijgt van een team van ontzorgverleners, betaald uit een P.G.B. Ik bezoek haar nu sinds anderhalf jaar wekelijks 8 uur om haar te helpen met het uitlaten van haar hondje, samen met haar te eten, te zorgen dat haar medicijnen worden ingenomen, haar te helpen haar huishouden te runnen en haar te ondersteunen bij alle emoties die haar ziekte met zich meebrengt. Naast de vele gesprekken die we voeren,  zingen we veel uit de liedjesmap die ik  met haar heb samengesteld. We lachen heel wat af samen en ik hoop dat ze op deze manier nog lang in haar eigen, oer-gezellige huisje kan blijven wonen. 

Meneer D. (85) woont in een verzorgingshuis en is erg verward. Hij denkt nog altijd bij zijn ouders te wonen en te werken in de molen, zoals dat vroeger was. Hij praat graag en houdt erg van 'bezig zijn'.  Ik bezoek hem nu anderhalf jaar wekelijks 2 uur waarin we samen activiteiten ondernemen waarbij hij uitgebreid kan praten. Soms fietsen we op de duo-fiets, soms schilderen of knutselen we iets, we gaan wat drinken in het restaurant of harken de tuin aan. Inmiddels herken ik veel in zijn verhalen en kunnen de gesprekken daardoor steeds meer de diepte ingaan. Het is een warme, hechte vriendschap geworden. Zijn dochter geniet mee van de verhaaltjes en foto's die ik haar regelmatig via WhatsApp stuur. 

Meneer H, 88 jaar woonde ook in dit verzorgingshuis. De dementie had weliswaar zijn geheugen aangetast, maar hij was zich nog altijd zeer bewust van zijn omgeving en van het feit dat hij buiten het 'tehuis' geen contacten meer had. Met hem ging ik op pad. Even weg van de plek waar hij zich opgesloten voelde. Met lekker weer zochten we een terrasje op, liefst in de stad waar hij tot zijn opname gewoond had. In de auto draaiden we Frank Sinatra, waar we hard mee meezongen. Toen het weer slechter werd, nam ik hem mee naar mijn huis. Daar keken we YouTube filmpjes over het Rotterdam van vroeger, de stad waar hij geboren was, dronken koffie met wat lekkers erbij en soms bleef hij eten en keek hij voetbal met mijn zonen. Wat ben ik blij dat ik dat nog voor zijn plotselinge dood voor hem heb kunnen doen. Want hij genóót. En ik genoot mét hem.

Meneer v/d B. heeft op jonge leeftijd frontotemporale dementie gekregen en kan inmiddels niet meer praten en amper bewegen. Ik bezoek hem twee keer per week een uur, waarin we (binnen of buiten) een rustige plek opzoeken en luisteren naar muziek. Ik masseer zijn handen, beweeg samen met hem mee op het ritme van de muziek, zing voor hem of lees hem voor en soms kijken we naar mooie foto's in boeken of op de iPad. Hoewel verbaal communiceren niet meer mogelijk is, heb ik sterk het gevoel dat we een band hebben opgebouwd. Zijn vrouw weet inmiddels dat hij in goede handen is en vindt het fijn dat iemand anders zo nu en dan zorgt dat hij niet alleen is. Zo zorg ik ook een beetje voor haar en dat doet me goed. 

Mevr. van der T.  is een vrouw met een moeilijk verleden. Ze heeft weinig liefde gekend in haar leven en dat heeft haar getekend. Ze is wat moeilijk bereikbaar en voelt zich onbelangrijk. Ze is gek op dieren, dus bezoeken we zo nu en dan het dierenpark in de buurt en kijken naar grappige YouTube filmpjes over dieren. Ook een spelletje met spreekwoorden & gezegden of een kruiswoordpuzzel, waar ze nog altijd op heldere momenten goed in is zijn fijne dingen om samen te doen. Ik bedank haar voor de gezellige middag en vertel haar hoe fijn ik het contact met haar vind. Soms geeft ze me een brede glimlach en dan ben ik zo blij dat ik dit werk doe!