Verlorenheid

Gepubliceerd op 16 juni 2019 om 11:56

Ik bezocht haar gisteren. Een week nadat ze is opgenomen in het verzorgingshuis. Ik sta te wachten voor de lift en als de deur open gaat, staat ze daar, herkent me en reageert uitgelaten “heeeeee!! Wat toevállig!!”
Ze is vrolijk. Vertelt de verzorgster dat ik haar vriendin ben. We lopen samen naar haar kamer. Een bed, haar lievelingsstoel, een bekende kast en de tv. Wat spulletjes die ik herken. Met de beste wil van de wereld herinnert het geheel zich niet aan haar gezellige appartement waar ze tot vorige week altijd bezig was het gezellig te maken. Op het bed liggen kleren, spulletjes en twee handtassen. In de handtassen fotolijsten met foto’s van haar man en overleden dochter, een doosje dat wij ooit samen geknutseld hebben, een envelop met een kaartje met de telefoonnummers van haar kinderen. Ze haalt het uit de ene tas, stopt het in de andere. En weer terug in de ene. Ze laat me vaak achter elkaar het kaartje met de telefoonnummers zien. Dit zijn de kinderen. Ze is nerveus. Stopt het weer in de envelop en die weer in haar tas. “De kinderen” zegt ze weer en zoekt weer in de tas. “In de envelop” zeg ik haar. Ze wurmt het kaartje er weer uit. “O ja”, zegt ze opgelucht en bergt het weer op.


We lopen over de afdeling. Vinden met moeite de lege huiskamer en een aparte keuken. Gangen, veel gangen. Een gevoel van verlorenheid bekruipt me. Na koffie met een appelflap in het restaurant op de begane grond, rumoerig en te groot om gezellig te zijn, lopen we weer naar haar kamer. Daar begint ze weer dingen in haar tas te doen. “We gaan maar eens”, zegt ze. “waar heen?” Vraag ik haar. “Naar huis”
Ik kan haar de waarheid niet zeggen. “Je dochters weten dat je hier bent, ze zullen hier naar toe komen. Het is beter nu hier te blijven” zeg ik. Het werkt even. Dan zegt ze verdrietig “ik heb steeds maar het gevoel dat ik nooit meer thuis kom”
Ik verschoon haar als ze in haar broek heeft geplast. Knip haar veel te lange teennagels en de haren op haar kin. We zingen uit de liedjesmap en omhelzen elkaar af en toe. Ze is moe. “Ga lekker even een dutje doen” raad ik haar aan. “Ik ga even weg” “Kom je gauw terug?”
“Heel gauw” beloof ik.

De verschrikkelijke waarheid is dat ze geen thuis meer heeft. Ze wás al verward, maar nu is haar chaos compleet. Tot haar dood zal ze daar tegen haar zin moeten blijven. Ze zal zich verloren voelen.


Niet de dementie is het verschrikkelijke, maar de manier waarop onze maatschappij er mee om gaat.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Hellen te Walvaart
een maand geleden

Hélène, wat mooi en raak geschreven. Ik moest er van huilen. Maar wat een geluk dat er zulke pareltjes van mensen als jij bestaan. Ik stuur je een dikke digitale klapzoen.